28 maart 2010 - Luthers Bach Ensemble


 

Bellingwolde,Magnuskerk

concert zondag 28 maart 2010 - 16.00 uur

programma

  1. Fantasia et Fuga c-moll BWV537 - Johann Sebastian Bach (1685-1750) (orgel solo)
     
  2. uit Matthäus Passion - Johann Sebastian Bach :
    1. sopraanaria ‘Blute nur’
    2. alt-aria ‘Erbarme dich’

  3. Toccata Sesta - Girolamo Frescobaldi (1583-1643) (orgel solo)
     
  4. uit Johannes Passion: alt-aria ‘Es ist Vollbracht’- Johann Sebastian Bach
PAUZE
  1. Stabat Mater - Giovanni Battista Pergolesi (1710-1736)


 Programma  |   Toelichting  |   CV's   |

 

Toelichting

Giovanni Battista Pergolesi heeft, zoals het een goed componist betaamt, nooit een zorgeloos leventje gehad. Als kind was hij waarschijnlijk al ziekelijk en liep hij mank, zijn zus en twee broers stierven al als kind en ook zijn beide ouders waren gestorven vóór hij 23 was. Vanaf ongeveer zijn twaalfde studeerde hij aan één van de Napolitaanse conservatoria. Na zijn studie kreeg hij enige operaopdrachten, waarvan zijn komische opera La serva padrona het meest succesvol was.
Pergolesi’s gezondheid was nooit geweldig geweest maar in 1736 werd zijn tuberculose zo erg dat hij zich voorgoed terugtrok in een klooster in Pozzuoli, een kuurplaats nabij Napels. Op zijn sterfbed componeerde hij in een run tegen de klok nog een aantal werken; het Stabat Mater voltooide hij een aantal dagen voor zijn dood. Romantici stellen zich graag voor dat hij het Stabat Mater schreef met een visioen van het hiernamaals in zijn hoofd, een status die hij deelde met Mozart’s Requiem.
Het Stabat Mater is een van oorsprong liturgisch gedicht. Het ontstond in de Middeleeuwen in de marge van de officiële kerkelijke liturgische gezangen. De tekst van de hymne beschrijft het leed van Maria bij de kruisdood van Jezus. Nadien werd het als beeldenreeks blijvend in het Romeins missaal geschreven en werd het daarmee een erkend onderdeel van de kerkelijke liturgie. Al snel kreeg dit gedicht een Gregoriaanse toonzetting. De oorspronkelijke auteur is onbekend. Meestal wordt Jacopone da Todi (1228-1306) als auteur genoemd.
De dichter van het 'Stabat mater' heeft twee Bijbelplaatsen als uitgangspunt van zijn gedicht genomen. Het evangelie van Lucas (2:35) verhaalt dat Maria en Jozef naar Jeruzalem reisden om hun pasgeboren kind aan God op te dragen. Toen zij de tempel binnengingen, werden zij aangesproken door een oude man, de ziener Simeon. Deze nam het kind in zijn armen, noemde het 'een licht dat voor de heidenen straalt', maar voorspelde ook dat Maria's ziel eens door een zwaard zou worden doorboord. In het evangelie van Johannes (19:25) wordt verteld dat toen Jezus werd gekruisigd, zijn moeder, Maria de vrouw van Klopas en Maria Magdalena bij het kruis stonden. In het Latijn luidt het begin van deze zin: Stabant iuxta crucem Iesu mater eius... De dichter heeft beide citaten in de eerste strofen verwerkt.
De eerste vier strofen brengen de vrome christen die de tekst - lezend, luisterend of zingend - op zich in laat werken tot compassio, tot medelijden met de treurende moeder Gods. De strofen 5-10 vormen een reeks smeekbeden waarin haar gevraagd wordt, toe te staan dat de 'ik' - de ik-vorm onderstreept de persoonlijke relatie - naast Maria bij het kruis mag staan en deel mag nemen aan haar verdriet. Zij moge hem doen ontvlammen in liefde voor haar zoon en hem deelgenoot maken in Zijn lijden. Termen als inebriari ('dronken worden'), inflammatus et accensus ('aangestoken en gloeiend') zijn afkomstig uit de beeldentaal van de mystieke liefde. Door deze brandende liefde voor de lijdende Christus hoopt de 'ik', onder Maria's hoede en op haar voorspraak, de hel te kunnen ontgaan en de hemelse vreugde deelachtig te worden. Sinds Josquin Des Préz in 1440 deze klaagzang toonzette, hebben vele opvolgende generaties componisten zich door dit thema van de bedroefde moeder laten inspireren. Inmiddels zijn er meer dan 400 componisten die het Stabat Mater op muziek hebben gezet. Naast de befaamde componisten als Pergolesi, Palestrina, Rossini, Verdi en Haydn mogen Scarlatti, Vivaldi, Schubert en Liszt niet ontbreken op het lijstje van beroemde componisten die een Stabat Mater componeerden. Pergolesi componeerde zijn Stabat Mater naar de smaak van zijn tijd; lyrische muziek die dicht tegen de stijl van zijn opera’s aanleunt en in contrast staat met de Italiaanse barok, waarbij virtuositeit en emotionele uitbarstingen belangrijker waren. Het stuk begint met een beschrijving van het lijden van Maria naast het kruis; zo worden in deel 2 de steken van het zwaard die het hart van de moeder verwonden uitgebeeld door trillers en in deel 4 worden door de syncopes en het gejaagde tempo de strijd en de folteringen van Maria uitgebeeld. Vanaf deel 5 komt de gelovige in beeld; hij bespreekt wat het lijden van Maria met hem doet en uit de wens te willen voelen wat de Maagd en Christus hebben doorstaan. In deel 6 wordt de doodsstrijd van Christus en daarna het geven van de geest prachtig uitgebeeld door het bijna stilvallen van de muziek. In deel 8 wordt in een ouderwetse fuga het in vlam zetten van het hart van de gelovige uitgebeeld. De muziek van Pergolesi is niet zo gecompliceerd maar geeft de mogelijkheid het verhaal echt mee te beleven. Ze is afwisselend troostend, ontroerend en enorm schrijnend. Het stuk begint en eindigt in het donkere f-klein; een ongemakkelijke toonsoort waarin strijkers bijna geen ‘open’ snaren kunnen gebruiken. Pergolesi’s grootste succes kwam pas na zijn dood; zowel La Serva Padrona als het Stabat Mater werden wereldtoppers, hoewel de rest van zijn voornamelijk vocale oeuvre werd vergeten. Het Stabat Mater was het meest gedrukte werk van de 18e eeuw en werd meermalen bewerkt, waarbij de bewerking van J.S. Bach, die er behalve een protestantse tekst een ‘echte’ altvioolpartij bij maakte, de bekendste is. Het merendeel van de instrumentele muziek die werd toegeschreven aan Pergolesi is ten onrechte op zijn naam komen te staan; componisten gebruikten graag zijn naam om beter te verkopen!
(Marike Tuin, Tymen Jan Bronda)

 Programma  |   Toelichting  |   CV's   |

 

CURRICULUM VITAE


Sjoukje Kooistra


Sjoukje Kooistra debuteerde al op jonge leeftijd als soliste in de vertolking van ‘Tu virginum corona’ uit het motet ‘Exultate Jubilate’ van W.A. Mozart. Later zette zij haar zangstudie voort aan het Prins Claus Conservatorium te Groningen en aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag. Zij nam deel aan verschillende Master Classes o.a. bij Miranda van Kralingen, Meinard Kraak, Hans van Heiningen, Ank Reinders en Gail Gilmore. Sjoukje is een veelgevraagd concertzangeres, en zong als soliste in vele cantates en oratoria als de Johannespassion van Bach, het ‘Deutsches Requiem’ van Brahms, en de ‘Petite Messe solennelle’ van Rossini. Zij heeft op diverse concoursen prijzen gewonnen, en zong in binnen- en buitenland onder andere Israël, Mali en Egypte. Sjoukje werd uitgenodigd door het prestigieuze Orlando-festival waarbinnen ze delen uit de opera Alcina van G.F. Händel zong. Ook was zij te horen in de opera De duivel en Katja van A. Dvorack. Naast haar praktijk als uitvoerend musicus is zij werkzaam als zangpedagoge in haar eigen zangpraktijk Voice Art.
In 2010 zal ze samen met het barokensemble van Tymen Jan Bronda zingen in een concertreeks rond Giovanni Battista Pergolesi (300 jaar geleden geboren) onder meer in Groningen, Winschoten en Greetsiel (Du). website: www.sjoukjekooistra.nl

Alexandra d’Espinoza


Alexandra d’Espinoza studeerde aan het Nationale Conservatorium te Buenos Aires, Argentinië, Zang en Koordirectie en aan de Catholic University of America (Benjamin T. Rome School of Music, Latin American Center of Graduate Studies in Music) in Washington D.C., VS, en sloot haar studie af aan de Opera-Academie van het Colon Theater ook in Buenos Aires. In Nederland volgde zij postgraduele studies aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, met een specialisatie in Pedagogie.
Alexandra d’Espinoza nam deel aan cursussen en Masterclasses en won verschillende prijzen in Argentinië, Zuid-Amerika en Nederland. Zij heeft als soliste opgetreden in opera’s, oratoria en kamermuziek-recitals in Argentinië, de Verenigde Staten, Frankrijk en Nederland. Ook als docent is zij in deze landen voor verschillende instituten werkzaam geweest, en gaf o.a. onderricht aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Ze werkt regelmatig met koren als koordirigente en zangdocente. Ze speelde verschillende operakarakters, waaronder Dido in “Dido and Aeneas” (Purcell), Cherubino in “Le Nozze di Figaro” (Mozart), Zerlina in “Don Giovanni” (Mozart), en Concepcion in “L’heure espagnole” (Ravel). Zij werkte mee aan oratorio uitvoeringen van o.a. “Magnificat”, “Johannes Passion”, “Matthäus Passion” en “Weihnachts Oratorium” van J.S. Bach, en het “Requiem” van Duruflé. Ook naam zij deel als solist aan verschilende uitvoeringen van de Academia Bach de Buenos Aires. Tijdens haar studie in de VS, waar zij o.a. een Master Degree voor Latijns-Amerikaanse Muziek heeft gehaald, heeft zij zich gespecialiseerd in het Spaans-Amerikaanse repertoire. Regelmatig nam zij deel aan de concerten van de Argentijnse Componisten Associatie waar zij van vele nieuwe composities de premiere zong. Ze is regelmatig te horen in de concerten van de Vereniging Vrienden van het Lied van Nederland.

Tymen Jan Bronda

Tymen Jan Bronda begon op zijn zevende levensjaar met orgellessen. Na een aantal jaren les te hebben gehad van Piet Wiersma, studeerde hij aan het conservatorium van Groningen verder bij Johan Beeftink en Theo Jellema. Aan het conservatorium van Zwolle behaalde hij zijn diploma kerkmuziek. Vorig jaar voltooide Tymen Jan Bronda zijn orgelstudie bij Reitze Smits aan de Hogeschool voor de kunsten Utrecht. Hij behaalde hier de titel Master of Music na recitals in de Joriskerk te Amersfoort en in de OLV-basiliek te Zwolle. Sinds kort verdiept Tymen Jan Bronda zich verder in koordirectie bij Klaas Stok.
Tymen Jan Bronda is als cantor-organist verbonden aan de Lutherse Gemeente Groningen. De afgelopen jaren nam hij in deze kerk het initiatief tot het organiseren van de serie ‘Orgel Anders’. Daarnaast heeft hij een belangrijke rol in de cantates die daar op de tweede zondag van de maand ten gehore worden gebracht. Als docent heeft hij in deze kerk een privé-praktijk orgel en kerkmuziek. In 2006 richtte Tymen Jan Bronda het Luthers Bach Ensemble op, een ensemble geënt op barokke uitvoeringspraktijk. Met het LBE voerde hij naast diverse cantates een aantal Lutherse Missen van Johann Sebastian Bach uit.
Als dirigent is hij verbonden aan kamerkoor Tiraña Groningen en het projectkoor Venite Cantemus uit Bedum. Met Venite voerde hij o.m. de Petite Messe Solennelle van Rossini en de Nelson Mis van Haydn uit, met Tiraña het afgelopen jaar Bachs Magnificat. website: www.tymenjanbronda.nl - www.luthersbachensemble.nl

 Programma  |   Toelichting  |   CV's   |